★ heeft mij niet overtuigd
★★ niet slecht
★★★ goed
★★★★ een aanrader
★★★★★ een meesterwerkje

donderdag 25 november 2010

Stad der dieven van David Benioff

‘Mijn grootvader, de messenvechter, doodde nog voor zijn achttiende verjaardag twee Duitsers.’  Met deze eerste zin is de toon gezet: de auteur David Benioff – scenarist van o.a. De vliegeraar – weet hoe hij een verhaal moet vertellen.  Alles begint in Leningrad 1942, in een kerker van de NVKD – een voorloper van de KGB – waar twee jonge Russen op hun executie wachten. Maar de kolonel is in een goede bui en heeft een opdracht voor hen. Als ze erin slagen hem binnen de vijf dagen een dozijn eieren te bezorgen voor de bruidstaart van zijn dochter, zijn ze vrij. In Leningrad is alles wat leeft en eetbaar is, al opgegeten. Noodgewongen moeten ze de stad uit, in een gebied waar partizanen en Einsatzcommando’s een verbeten strijd voeren.  De kracht van het verhaal zit in de sfeerschepping van dit stukje Russisch front, waar honger en kou nog de meest te duchten vijanden zijn. En tussen al die gruwelen door – moordpartijen, kannibalisme … - praten de twee jongens over vrouwen, over seks … over alles wat jonge mannen bezig houdt.  Het boek is  tegelijk oorlogsroman, coming-of-age-roman en misschien wel een beetje schelmenroman. Leesplezier gegarandeerd.         
★☆☆☆☆

donderdag 18 november 2010

Rome in een roman






Lissabon heeft Nachttrein naar Lissabon van Pascal Mercier, Barcelona heeft De schaduw van de wind van Zafon en Rome heeft ……?  Naar aanleiding van een recente citytrip naar Rome ging ik op zoek naar de ultieme Rome-roman.
Nu is Rome geen stad die makkelijk onder een hoedje te vangen is. Er is natuurlijk het oude Rome. En dat zal je geweten hebben, in de stad zelf maar ook in de literatuur. Er zijn genoeg romans (en verfilmingen) waardoor we ons een levendige voorstelling kunnen maken van het leven in het oude Rome. De intriges aan het hof, excentrieke keizers, de gladiatoren, de christenvervolgingen, de brand van Rome ...  voldoende stof voor togaromans. Lees- én kijkvoer dus.
Maar ik ben niet op zoek naar een roman over het oude Rome. Ik zoek een roman die de ziel van de stad probeert te vangen. Een roman waarin de stad bijna zelf een personage is.  Een roman die juist omdat hij zich in Rome afspeelt een meerwaarde krijgt, of alleen maar kan zijn dankzij de stad. En dan wordt mijn zoektocht moeilijker.

Niet dat er geen keuze is. Rome is al eeuwenlang een gedroomd decor voor  romans van allerlei slag: misdaadromans, liefdesromans, psychologische romans, thrillers ...

De recentste hype is allicht  Het Bernini mysterie van Dan Brown. Na een aanslag wordt professor Robert Langdon naar CERN gehaald om een mysterieus symbool te duiden. Hij ziet een  verband met de Illuminati ... de machtigste terreurbeweging uit de geschiedenis. Maar die bestaat allang niet meer. Of toch? Dan blijkt er een tijdbom in het Vaticaan verborgen te zijn, net nu de kerkleiders een nieuwe paus kiezen. Langdon onderneemt een race tegen de klok. Hij volgt een eeuwenoud spoor door Rome, langs verzegelde crypten, gevaarlijke catacomben en verlaten kerken.  Al deze monumenten hebben iets met Bernini te maken. Je kunt hun spoor zelf volgen, al dan niet geholpen door handige gidsen.  Zelfs als je geen fan bent van Dan Brown, dan nog  zal deze route je bekoren, want ze leidt je langs enkele pareltjes van Romeinse architectuur en sculptuur. Dan Brown scoort alvast, maar mijn winnaar wordt hij niet.

Dan maar de klassiek-literaire toer op. Dat brengt mij bij Daisy Miller van Henry James, een grand tour-verhaal uit de 19de eeuw waarin de  heldin zwaar gestraft wordt voor haar zelfstandigheid en haar fascinatie voor het Colosseum. De roman ademt Rome, en komt al aardig in de buurt van wat ik verwacht. Ook in Portrait of a Lady (een latere roman van  Henry James, verfilmd door Jane Campion) speelt het oude Europa, en vooral Italië een vergelijkbare rol. Maar ik besef dat een werk van Henry James nooit  de bestseller zal worden die elke Rome-reiziger wil gelezen hebben. Als grand tour-verhaal is de wat onderschatte roman The Talented Mr. Ripley van Patricia Highsmith dan in elk geval al een stuk toegankelijker.  De schurk van dienst  Tom Ripley doet alles om in de schoenen van zijn rijke vriend te staan en reist in stijl Italië door.  Spannend boek, hoewel je voor het Italië-gevoel toch nog beter af bent met de filmversie van Anthony Minghella.

Ik kom verder uit bij Cirkel in het gras, een filosofische liefdesroman van Oek de Jong. Al van bij de eerste pagina kan je de omzwervingen van journaliste Hanna zeer goed volgen. Boeiend ook dat de actuele geschiedenis van Italië meespeelt. Het verhaal speelt zich af in de periode van de Rode Brigades en de moord op Aldo Moro. Maar is het een Rome-boek? Niet helemaal.

In Bestemming van Tim Parks, een Brits auteur die al sinds de jaren tachtig in Italië woont en werkt, beleeft een wanhopige journalist een bijzonder heftige midlife-crisis in de straten van Rome.  Ook hier komt de politiek in de figuur van Andreotti meespelen. Parks weet in elk geval altijd boeiend te vertellen over zijn gastland. 
Je kan je concentreren op 1 tijdperk van Rome en focussen op de intriges van de Borgia’s , zoals in De scharlaken stad van Hella Haasse, of je kan het Rome van Fellini zoeken in De droom van de leeuw van Arthur Japin.

Alle wegen leiden dus naar Rome, maar hoe meer ik lees, hoe meer ik ervan overtuigd raak dat ik het ultieme Rome-boek niet zal vinden.  Rome is niet met een beeld te vatten. De zoektocht opende alvast weer nieuwe leespistes.


En voor wie het graag zelf wil uitzoeken, geef ik nog deze links mee:

Veel leesplezier!



donderdag 11 november 2010

Ritournelle de la faim, van J.M.G. Le Clézio.
vertaald als Refrein van de honger.

Refrein van de honger vertelt het verhaal van Ethel, die in de jaren dertig opgroeit in Parijs in een welvarend gezin dat vanuit Mauritius en La Réunion naar Frankrijk is gekomen. Haar vader is een echte dandy, die elke laatste zondag van de maand 'salon' houdt, ook als zijn financiële situatie dat al lang niet meer toelaat. Terwijl alles rond haar afbrokkelt, zowel in haar kleine kring als in de grote wereld, doet Ethel dappere pogingen om te overleven en te redden wat er te redden valt. Ze verliest haar naïeve kijk op de dingen en ontwikkelt een verrassend scherpe kijk op het leven en haar omgeving. Stilistisch komt dat het verhaal alleen maar ten goede. De afwisseling tussen de poëtische beschrijvingen van de magische momenten uit haar kindertijd en de nuchtere  bedenkingen van de vroeg-volwassen puber kon mij wel bekoren. Ik heb vooral genoten van de 'salongesprekken', die de sfeer van de jaren dertig onder de Franse bourgeoisie schitterend oproepen zonder die al te expliciet te duiden. De krach, het groeiende antisemitisme, de schrik voor een bolsjewistische revolutie, de oorlogsdreiging, de groeiende macht van Hitler, het verdeelde Frankrijk, het is er allemaal, maar alsof je alles door een waas bekijkt. 
'Er hing een toneelmatige sfeer, vond Ethel, de leegheid van uiterlijke schijn, een ironische onwerkelijkheid.  
Mensen stierven in Nankin, in Eritrea, in Spanje, de vluchtelingenkampen bij Perpignan waren overvol met vrouwen en kinderen die alleen maar wachtten op een woord van de regering dat hen uit de beerput weg zou halen en hun de vrijheid zou teruggeven. En hier, in de rue du Cotentin, in deze salon die baadde in een milde lentezon, vlocht het gegons van stemmen een beschermend nest, een toevluchtshaven, een vredig, vrijblijvend geheugenverlies.' 
In het boek hoorde ik ook voor het eerst van de Vel' d' Hiv. In juli 1942 werden na een razzia duizenden joden opgepakt en opgesloten in de winterwielerbaan van Parijs. Zonder bevoorrading, zonder sanitair, in de zomerse hitte. Wie het overleefde zou het, cru genoeg, achteraf nog slechter vergaan. 
Laat diezelfde Vel' d' Hiv nu ook het decor zijn van de film Elle s' appelait Sarah van Gilles Paquet-Brenner met Kristin Scott Thomas en Melusine Mayance, een film die onlangs in oktober uitkwam. Of hoe een roman ervoor zorgt dat je radar iets opvangt. 
Le Clézio is in zijn werk dikwijls op zoek naar zijn roots, naar zijn identiteit. Dit boek heeft hij geschreven als eerbetoon aan zijn moeder, 'een jong meisje dat haars ondanks een heldin was met twintig jaar'.  
In 2008 won hij de Nobelprijs voor de Literatuur. Refrein van de honger is een zeer toegankelijk werkje, te toegankelijk en een  Nobelprijswinnaar niet waardig volgens sommige critici, maar voor mij smaakt het toch naar meer. Ook in interviews komt hij intelligent uit de hoek: 'Een romancier is geen essayist, denkt geen filosofische systemen uit, maar fungeert als een echo van wat hij hoort, hij luistert naar de naderende donder in de bergen en vraagt zich af of straks het water zal stijgen. Schrijvers zijn de wachtposten van de samenleving.' 
Ik wil zeker nog meer lezen van deze auteur.
★★★☆☆







vrijdag 5 november 2010

De Groote Oorlog in boeken

Alles wat met de Eerste Wereldoorlog te maken heeft boeit me. Met 11 november in het vooruitzicht ging ik op zoek naar sporen van die oorlog in mijn leesverleden. De Groote Oorlog was dikwijls aanwezig, soms extreem luid en dichtbij en dan weer als een rommelend onweer in de verte. 
Dit is mijn kleine keuze:

















De loopgravenoorlog, van Jacques Tardi. (grafische roman)
Ik vind de zwart-wit huisstijl van Tardi bijzonder goed passen bij het onderwerp. De ruw getekende personages staan elk sentiment in de weg en laten de gruwel in zijn volle impact op je afkomen. De schoonheid van lelijkheid doet mij iets.

Diezelfde Tardi tekende ook de stripversie van Céline's klassieker Reis naar het einde van de nacht. In dit verhaal toont Céline hoe de kleine man altijd overal de dupe van is, op de eerste plaats van een oorlog.
Zware kost, maar in de versie van Tardi best verteerbaar.

1917. Vijf Franse soldaten worden door de krijgsraad wegens muiterij ter dood veroordeeld. Maar zijn ze ook alle vijf dood? Mathilde, de verloofde van Bleuet, de jongste van hen, begint aan een koppige zoektocht naar de waarheid. Het cynisme van de militaire logica staat in schril contrast met de naïeviteit van de hoofdpersonages. Ook ontroerend verfilmd door Jeunet met Audrey Tautou in de hoofdrol.
Un Long Dimanche de Fiançailles, van Sebastien Japrisot.

Een buitenbeentje in de reeks is Driedaagse reis van Joseph Boyden. Twee indiaanse vrienden Elijah en Xavier worden naar de Vlaamse loopgraven gestuurd. Slechts een van hen keert terug, invalide en verward. Hij wordt opgewacht door zijn indiaanse tante en op hun terugreis in een kano door de Canadese wildernis, vertellen ze elkaar verhalen, hij over de oorlog, zij over haar verleden, zijn indiaanse jeugd. De beschrijving van de gruwel is soms ondraaglijk, maar wordt toch in balans gehouden door de verweving met de indiaanse cultuur. Ik vond het een zeer opmerkelijk boek. Een aangrijpend verhaal over oorlog en vriendschap, met een bloedstollende ontknoping.

Mooi vond ik ook de manier waarop de Eerste Wereldoorlog een rol speelt in Dood van een soldaat van Johanna Spaey. In deze misdaadroman gaat het allang niet meer over de traditionele dader. 'De oorlog had overal de rot in gestoken. We waren allemaal iemands slachtoffer geworden. Allemaal iemands moordenaar.' Spannend, een beetje stout en heel direct. Spaey heeft iets met de Eerste Wereldoorlog. Ook in haar later werk Vlucht en De eenzaamheid van het westen speelt de oorlog een hoofdrol.

Ik zou het lijstje nog veel langer kunnen maken: de Regeneration-trilogie van Pat Barker zou hier niet misstaan, evenmin als het legendarische Goodbye to all that van Robert Graves. Ook Grijze zielen van Philippe Claudel kan er wat mij betreft bij.

Maar ik wil eindigen in absolute schoonheid met Niemands Land. Gedichten uit de Groote Oorlog van Tom Lanoye. Deze eigenzinnige selectie en bewerking van 'war poems' is een pareltje geworden, niet in het minst door de fotografie van 
Michiel Hendryckx en de vormgeving en tekeningen van Dooreman.