★ heeft mij niet overtuigd
★★ niet slecht
★★★ goed
★★★★ een aanrader
★★★★★ een meesterwerkje

donderdag 23 december 2010

Romans in beeld



Eindejaarstijd, lijstjestijd. Niet bijster origineel, maar we gaan het toch doen. 
Alleen zal mijn lijstje niet echt over de oogst van 2010 gaan. Het is gewoon een gelegenheid om mijn favoriete grafische romans of beter gezegd, mijn favoriete tekenaars/auteurs op een rijtje te zetten.

Dick Matena
Met stip op nummer 1


Matena's beeldroman Het dwaallicht is een van de schatten die ik koester in mijn bibliotheek. Iedere keer geniet ik weer van de sfeer die de beelden in perfecte samenspraak met de tekst van Elsschot oproepen. Een sfeer van gelatenheid, want de missie van Laarmans is van bij het begin gedoemd te mislukken. De zoektocht naar Maria van Dam is niet anders dan het najagen van een onbereikbare droom. Er is nauwelijks actie. En het decor is al even weinig spectaculair. Veel krijg je van de stad niet te zien. Matena zoomt meestal in op de personages. Die kijken niet echt om zich heen. De regen sluit hen op in hun eigen kringetje. Matena’s koloriet past hier zeer goed bij. De kunstenaar werkt het liefst met so(m)bere kleuren, grijs of bruingrijs.

Ook voor De avonden van Reve werkt die stijl wonderwel. Matena, die er een erezaak van maakt de tekst van de oorspronkelijke auteurs integraal weer te geven, heeft zich slechts eenmaal gewaagd aan kleuren voor zijn verstripping van Kort Amerikaans van Jan Wolkers.

Jacques Tardi

Nog zo’n grote meneer is Jacques Tardi. Dankzij hem heb ik Céline’s Reis naar het einde van de nacht gelezen. Zware kost, maar best verteerbaar in Tardi's versie. Boeiend vond ik ook De stem van het volk over de Franse commune in 1871 naar een roman van Jean Vautrin. Maar Tardi doet meer dan het werk van anderen verstrippen. Hij is ook groot in werk waar hij zowel het scenario als de tekeningen verzorgt zoals De loopgravenoorlog 1914-1918.


Joe Sacco


Bijzonder origineel zijn ook de journalistieke reportages van Joe Sacco, Onder Palestijnen. De intifada in beeld en Fixer. Een verhaal uit Sarajevo.  Zijn tekenstijl herken je uit de duizend. Ongelooflijk hoeveel informatie Sacco in zijn tekeningen stopt. Deze strips vragen wel wat leesinspanning.


Art Spiegelman


Maus van Spiegelman doet al wat ouder aan, maar Spiegelman is dan ook één van de pioniers van het genre. Maus gaat over de strijd van Spiegelmans vader om als Poolse Jood te overleven tijdens de Holocaust. In deze graphic novel worden alle mensen als dieren voorgesteld: zo zijn de Joden muizen en de Duitsers katten. Je houdt het niet voor mogelijk dat een zwaar en beladen onderwerp als de holocaust in een strip kan behandeld worden. Maar het werkt: de wat knullig getekende figuurtjes palmen je in en het verhaal mist zijn impact niet.


Voor wie een vollediger overzicht wil van de beste grafische romans:
http://www.stichtingbeeldverhaal.nl/112/leeslijst-allerbeste-grafische-romans.htm











donderdag 16 december 2010



Zwanenroof van Elizabeth Kostova

Deze tweede roman van Kostova speelt zich helemaal af in schilderskringen. De plot heeft wat van een speurdersroman, zonder dat er een conventioneel speurderstype aan te pas komt. Een psychiater krijgt op een dag een vreemde patiënt onder zijn hoede: de kunstschilder Robert Oliver heeft met een mes uitgehaald naar een schilderij in de National Gallery in Washington. De man heeft duidelijk psychische problemen. Meer dan een jaar verblijft hij in de privé-kliniek van Dr Marlowe. Marlowe, die zelf ook schildert in zijn vrije tijd, is geïntrigeerd door deze vreemde man die de hele tijd blijft zwijgen en steeds dezelfde vrouwenfiguur tekent.  Waarom is Oliver zo geobsedeerd door deze vrouw? Wie is deze vrouw? Waarom wilde hij een schilderij te lijf gaan? Hij gaat op zoek naar antwoorden bij de ex-vrouw en de minnares van Oliver en komt in de zoektocht ook zichzelf tegen. Ondertussen onderbreekt de auteur het verhaal regelmatig met persoonlijke brieven van een getalenteerde jonge schilderes uit de 19de eeuw.  Geleidelijk wordt het verband duidelijk en de brieven zijn eigenlijk het interessantste gedeelte van de roman, ook al omdat ze een idee geven van hoe het was om als jonge vrouw  in de 19de eeuw talent te hebben in een mannenmaatschappij. Het wereldje van de Franse impressionisten komt ook goed uit de verf.
Ik heb deze roman van meer dan 500 bladzijden in een recordtempo uitgelezen. Zeggen dat ik er niets in vond, zou dus wat flauw zijn. Waarom kan ik dan niet echt enthousiast zijn? Het verhaal is anders kunstig genoeg opgebouwd met drie vertellers en de brieven ertussendoor. Of is dat juist zijn zwakte? De drie vertellers uit de nu-plot kunnen in elk geval niet op tegen de kracht van de stemmen uit de 19de-eeuwse briefwisseling en vertragen misschien onnodig het verhaal. Zeker de inbreng van de verteller/psychiater loste niet alle verwachtingen in: de duiding van de gestoorde Oliver blijft nogal aan de magere kant. Het thema van de obsessie raakte wat ondergesneeuwd onder de romantische verzuchtingen van deze verteller. Ik heb wel genoten van de beschrijvingen en verwijzingen naar bekende schilderijen.  En Kostova heeft wel degelijk vakmanschap, zeker als ze de historische toer op gaat en net als in De historicus zal het wel dat vleugje geschiedenis zijn dat mij uiteindelijk in zijn ban heeft gehouden.  
★★☆☆☆

donderdag 9 december 2010

Malocchio.



Malocchio van Geerten Meijsing.
Een Toscaanse jeugd.

De zoveelste Italiëroman, hoor ik je denken?
Ja en neen. De roman wil zeker geen lofzang zijn op ‘la bella Italia’. Op de eerste plaats is het een roman waarin de dochter-vaderrelatie centraal staat. De ik-figuur is een schrijver die na het vertrek van zijn vriendin zijn jonge dochter zelf probeert op te voeden in Toscane, waar hij een vervallen huis huurt van een norse huisbaas/buurman.  Chiara is een vroegwijs, eigenzinnig kind, die haar vader en haar omgeving weet te manipuleren. Haar vader noemt haar wel eens Malocchio, het ’boze oog’. Als Chiara 12 is verlaat ook zij hem om in Amsterdam te gaan studeren.
En Toscane en de Italian way of life mogen dan al helemaal verweven zijn met het verhaal en de personages, dat gebeurt niet op een platte manier: van in het begin is het beeld dat de schrijver oproept genuanceerd.  Al heel vroeg in  het verhaal lees je dat er ‘van dat mooie Toscaanse landschap niets meer te zien was, als je er eenmaal in verdwenen was’. Over het klimaat: ‘verschroeide aarde in de zomer met zinderende dorst, en winters waar niet tegenop te stoken valt.’ Bovendien wonen de ‘maledetti Toscani’ er, ‘eenkennig, arrogant, zelfingenomen en vol vreemdelingenhaat’. Niet direct iets om in een reclamespotje te zetten. Maar enkele regels verder zingt hij de lof van de olie en het brood in Lucca. Alleen in Lucca maken ze focaccia die de naam verdient. Op elke pagina wemelt het van de Italiaanse uitdrukkingen en het boek staat vol weetjes, die dan weer wel zo uit een reisgids zouden kunnen komen.  Het Italiëgevoel is  echt dubbel in deze roman.
Naarmate het verhaal vordert verliest de ik-figuur zijn greep op het leven: zijn ruzies met de buurman worden grimmiger,  het wordt steeds duidelijker dat het niets wordt met de lange stoet van vriendinnen die de revue en zijn bed passeren en als hij op het eind alleen achterblijft zonder Chiara, kijkt hij naar Toscane zoals men naar het verloren paradijs  kijkt.
En zo is deze roman die zich aankondigde als een roman over het kind eigenlijk de roman van de vader geworden.
Meeslepend geschreven, met af en toe een bespiegeling om bij stil te staan, zonder dat het boek al te nadrukkelijk de filosofische toer opgaat. De smaak van Italië krijg je er zo bij. Om nog eens te herlezen.
★★☆☆☆

donderdag 2 december 2010


Congo. Een geschiedenis. David Van Reybrouck.

Dit boek lag al een hele tijd op mijn nachtkastje. Waarom het nu pas in deze blog terechtkomt, heeft alles met het genre en de 600 pagina's te maken. Ondertussen heeft het al drie prijzen gekregen en elk tijdschrift of medium dat zichzelf respecteert heeft er al lovend over geschreven. Ik kan daar weinig nieuws aan toevoegen. Maar als leeservaring kan het wel tellen!
De inleiding was een aangename verrassing. Nergens ging ze met haar 30 bladzijden tegenstaan,  je leest er zo door.
En op datzelfde elan ga je door, vele hoofdstukken verder, van de prekoloniale periode tot Stanley en Leopold II tot aan de Eerste Wereldoorlog. Weetjes houden je interesse gaande, en de fragmenten waarin de auteur hedendaagse getuigen aan het woord laat, maken dat de geschiedenis leeft. Een bonus voor het verhaal zijn de gesprekken met zijn kroongetuige Etienne Nkasi, de man op de cover. Nog zelden zo'n  indringende cover gezien trouwens, dat portret van Stephan Vanfleteren van de oude Nkasi met zijn dikke brilglazen en zwarte tropenhelm.
De periode tot de onafhankelijkheid kon mij minder boeien: pas toen de namen Lumumba, Kasavubu en Tshombé  opdoken raakte ik weer betrokken bij de geschiedenis. Ik kende hun namen van kinds af aan en begon nu pas te verstaan waarom mijn ouders zo’n uitgesproken mening over deze kopstukken hadden. 



Vanaf de putsch van Mobutu kon ik 
de beschrijving van het nieuwe Zaïre,  een b
ureaucratie zonder staat, waarin corruptie een manier van overleven was geworden, h
et mediagenieke beeld van de ‘de chef’, piekfijn uitgedost in abacost (een soort Afrikaans mao-pak) en luipaardmuts makkelijk terugkoppelen aan mijn eigen herinneringen aan de journaals uit die tijd. 



Uit die tijd stamt ook de verwijzing naar het 
fictieve grondwetsartikel 
Article 15 of  "trek je plan". 
En dan komen de eindeloze conflicten tussen Hutu’s en Tutsi’s, de Rwanda-kwestie, de genocide(s)… de Kabila’s, eerst Laurent en nu zoon  Joseph. Ik geef toe dat ik het toen bijna opgegeven heb: je verdwaalt gewoonweg hopeloos in de massa afkortingen van weer een privé-militie van een of andere rebellenleider. En hoewel niemand, Kabila nog het minst, er zich erg druk meer om lijkt te maken, gaat het geweld in de grensprovincies van Congo door tot vandaag.



Het klinkt allemaal erg deprimerend, maar op een vreemde manier is deprimerend niet wat bij mij zal overblijven na lectuur van deze dikke turf. Misschien is het laatste hoofdstuk van het boek daar niet vreemd aan: Van Reybrouck  gaat poolshoogte nemen in Guangzhou, een erg liberale handelsstad in China, waar honderden Congolezen zich komen bevoorraden met allerlei goedkope spullen die ze dan thuis, vooral in Kinshasa, voor het viervoudige proberen te verpatsen. De containertrafiek floreert.  Heel veel vrouwen hebben zich zo een zelfstandiger leven verschaft. Het einde vind ik dan ook een opsteker:
Maar ik zag hen lopen, nog steeds opgewekt, zichtbaar trots op hun voorbije reis. Ik zag de blonde haren van hun pruiken opveren bij elke stap die ze zetten.  Ik zag hoe de wind enkele plukjes verwoei. En terwijl ze gezwind over het verbrokkelde asfalt in de richting van hun thuiskomst stapten, zag ik de labels aan hun mouw flapperen en tollen in de ochtendlucht, dartel en speels, alsof er iets te vieren viel.
Een hartverwarmend beeld, net als de herinnering aan Nkasi, die hem bij hun eerste ontmoeting een tros banaantjes had gegeven. ‘Neem maar, eet maar.’ Zo’n warm gebaar, in een land dat zoveel vaker in het nieuws komt met zijn corruptie dan met zijn generositeit.'
★★★★☆





donderdag 25 november 2010

Stad der dieven van David Benioff

‘Mijn grootvader, de messenvechter, doodde nog voor zijn achttiende verjaardag twee Duitsers.’  Met deze eerste zin is de toon gezet: de auteur David Benioff – scenarist van o.a. De vliegeraar – weet hoe hij een verhaal moet vertellen.  Alles begint in Leningrad 1942, in een kerker van de NVKD – een voorloper van de KGB – waar twee jonge Russen op hun executie wachten. Maar de kolonel is in een goede bui en heeft een opdracht voor hen. Als ze erin slagen hem binnen de vijf dagen een dozijn eieren te bezorgen voor de bruidstaart van zijn dochter, zijn ze vrij. In Leningrad is alles wat leeft en eetbaar is, al opgegeten. Noodgewongen moeten ze de stad uit, in een gebied waar partizanen en Einsatzcommando’s een verbeten strijd voeren.  De kracht van het verhaal zit in de sfeerschepping van dit stukje Russisch front, waar honger en kou nog de meest te duchten vijanden zijn. En tussen al die gruwelen door – moordpartijen, kannibalisme … - praten de twee jongens over vrouwen, over seks … over alles wat jonge mannen bezig houdt.  Het boek is  tegelijk oorlogsroman, coming-of-age-roman en misschien wel een beetje schelmenroman. Leesplezier gegarandeerd.         
★☆☆☆☆

donderdag 18 november 2010

Rome in een roman






Lissabon heeft Nachttrein naar Lissabon van Pascal Mercier, Barcelona heeft De schaduw van de wind van Zafon en Rome heeft ……?  Naar aanleiding van een recente citytrip naar Rome ging ik op zoek naar de ultieme Rome-roman.
Nu is Rome geen stad die makkelijk onder een hoedje te vangen is. Er is natuurlijk het oude Rome. En dat zal je geweten hebben, in de stad zelf maar ook in de literatuur. Er zijn genoeg romans (en verfilmingen) waardoor we ons een levendige voorstelling kunnen maken van het leven in het oude Rome. De intriges aan het hof, excentrieke keizers, de gladiatoren, de christenvervolgingen, de brand van Rome ...  voldoende stof voor togaromans. Lees- én kijkvoer dus.
Maar ik ben niet op zoek naar een roman over het oude Rome. Ik zoek een roman die de ziel van de stad probeert te vangen. Een roman waarin de stad bijna zelf een personage is.  Een roman die juist omdat hij zich in Rome afspeelt een meerwaarde krijgt, of alleen maar kan zijn dankzij de stad. En dan wordt mijn zoektocht moeilijker.

Niet dat er geen keuze is. Rome is al eeuwenlang een gedroomd decor voor  romans van allerlei slag: misdaadromans, liefdesromans, psychologische romans, thrillers ...

De recentste hype is allicht  Het Bernini mysterie van Dan Brown. Na een aanslag wordt professor Robert Langdon naar CERN gehaald om een mysterieus symbool te duiden. Hij ziet een  verband met de Illuminati ... de machtigste terreurbeweging uit de geschiedenis. Maar die bestaat allang niet meer. Of toch? Dan blijkt er een tijdbom in het Vaticaan verborgen te zijn, net nu de kerkleiders een nieuwe paus kiezen. Langdon onderneemt een race tegen de klok. Hij volgt een eeuwenoud spoor door Rome, langs verzegelde crypten, gevaarlijke catacomben en verlaten kerken.  Al deze monumenten hebben iets met Bernini te maken. Je kunt hun spoor zelf volgen, al dan niet geholpen door handige gidsen.  Zelfs als je geen fan bent van Dan Brown, dan nog  zal deze route je bekoren, want ze leidt je langs enkele pareltjes van Romeinse architectuur en sculptuur. Dan Brown scoort alvast, maar mijn winnaar wordt hij niet.

Dan maar de klassiek-literaire toer op. Dat brengt mij bij Daisy Miller van Henry James, een grand tour-verhaal uit de 19de eeuw waarin de  heldin zwaar gestraft wordt voor haar zelfstandigheid en haar fascinatie voor het Colosseum. De roman ademt Rome, en komt al aardig in de buurt van wat ik verwacht. Ook in Portrait of a Lady (een latere roman van  Henry James, verfilmd door Jane Campion) speelt het oude Europa, en vooral Italië een vergelijkbare rol. Maar ik besef dat een werk van Henry James nooit  de bestseller zal worden die elke Rome-reiziger wil gelezen hebben. Als grand tour-verhaal is de wat onderschatte roman The Talented Mr. Ripley van Patricia Highsmith dan in elk geval al een stuk toegankelijker.  De schurk van dienst  Tom Ripley doet alles om in de schoenen van zijn rijke vriend te staan en reist in stijl Italië door.  Spannend boek, hoewel je voor het Italië-gevoel toch nog beter af bent met de filmversie van Anthony Minghella.

Ik kom verder uit bij Cirkel in het gras, een filosofische liefdesroman van Oek de Jong. Al van bij de eerste pagina kan je de omzwervingen van journaliste Hanna zeer goed volgen. Boeiend ook dat de actuele geschiedenis van Italië meespeelt. Het verhaal speelt zich af in de periode van de Rode Brigades en de moord op Aldo Moro. Maar is het een Rome-boek? Niet helemaal.

In Bestemming van Tim Parks, een Brits auteur die al sinds de jaren tachtig in Italië woont en werkt, beleeft een wanhopige journalist een bijzonder heftige midlife-crisis in de straten van Rome.  Ook hier komt de politiek in de figuur van Andreotti meespelen. Parks weet in elk geval altijd boeiend te vertellen over zijn gastland. 
Je kan je concentreren op 1 tijdperk van Rome en focussen op de intriges van de Borgia’s , zoals in De scharlaken stad van Hella Haasse, of je kan het Rome van Fellini zoeken in De droom van de leeuw van Arthur Japin.

Alle wegen leiden dus naar Rome, maar hoe meer ik lees, hoe meer ik ervan overtuigd raak dat ik het ultieme Rome-boek niet zal vinden.  Rome is niet met een beeld te vatten. De zoektocht opende alvast weer nieuwe leespistes.


En voor wie het graag zelf wil uitzoeken, geef ik nog deze links mee:

Veel leesplezier!



donderdag 11 november 2010

Ritournelle de la faim, van J.M.G. Le Clézio.
vertaald als Refrein van de honger.

Refrein van de honger vertelt het verhaal van Ethel, die in de jaren dertig opgroeit in Parijs in een welvarend gezin dat vanuit Mauritius en La Réunion naar Frankrijk is gekomen. Haar vader is een echte dandy, die elke laatste zondag van de maand 'salon' houdt, ook als zijn financiële situatie dat al lang niet meer toelaat. Terwijl alles rond haar afbrokkelt, zowel in haar kleine kring als in de grote wereld, doet Ethel dappere pogingen om te overleven en te redden wat er te redden valt. Ze verliest haar naïeve kijk op de dingen en ontwikkelt een verrassend scherpe kijk op het leven en haar omgeving. Stilistisch komt dat het verhaal alleen maar ten goede. De afwisseling tussen de poëtische beschrijvingen van de magische momenten uit haar kindertijd en de nuchtere  bedenkingen van de vroeg-volwassen puber kon mij wel bekoren. Ik heb vooral genoten van de 'salongesprekken', die de sfeer van de jaren dertig onder de Franse bourgeoisie schitterend oproepen zonder die al te expliciet te duiden. De krach, het groeiende antisemitisme, de schrik voor een bolsjewistische revolutie, de oorlogsdreiging, de groeiende macht van Hitler, het verdeelde Frankrijk, het is er allemaal, maar alsof je alles door een waas bekijkt. 
'Er hing een toneelmatige sfeer, vond Ethel, de leegheid van uiterlijke schijn, een ironische onwerkelijkheid.  
Mensen stierven in Nankin, in Eritrea, in Spanje, de vluchtelingenkampen bij Perpignan waren overvol met vrouwen en kinderen die alleen maar wachtten op een woord van de regering dat hen uit de beerput weg zou halen en hun de vrijheid zou teruggeven. En hier, in de rue du Cotentin, in deze salon die baadde in een milde lentezon, vlocht het gegons van stemmen een beschermend nest, een toevluchtshaven, een vredig, vrijblijvend geheugenverlies.' 
In het boek hoorde ik ook voor het eerst van de Vel' d' Hiv. In juli 1942 werden na een razzia duizenden joden opgepakt en opgesloten in de winterwielerbaan van Parijs. Zonder bevoorrading, zonder sanitair, in de zomerse hitte. Wie het overleefde zou het, cru genoeg, achteraf nog slechter vergaan. 
Laat diezelfde Vel' d' Hiv nu ook het decor zijn van de film Elle s' appelait Sarah van Gilles Paquet-Brenner met Kristin Scott Thomas en Melusine Mayance, een film die onlangs in oktober uitkwam. Of hoe een roman ervoor zorgt dat je radar iets opvangt. 
Le Clézio is in zijn werk dikwijls op zoek naar zijn roots, naar zijn identiteit. Dit boek heeft hij geschreven als eerbetoon aan zijn moeder, 'een jong meisje dat haars ondanks een heldin was met twintig jaar'.  
In 2008 won hij de Nobelprijs voor de Literatuur. Refrein van de honger is een zeer toegankelijk werkje, te toegankelijk en een  Nobelprijswinnaar niet waardig volgens sommige critici, maar voor mij smaakt het toch naar meer. Ook in interviews komt hij intelligent uit de hoek: 'Een romancier is geen essayist, denkt geen filosofische systemen uit, maar fungeert als een echo van wat hij hoort, hij luistert naar de naderende donder in de bergen en vraagt zich af of straks het water zal stijgen. Schrijvers zijn de wachtposten van de samenleving.' 
Ik wil zeker nog meer lezen van deze auteur.
★★★☆☆







vrijdag 5 november 2010

De Groote Oorlog in boeken

Alles wat met de Eerste Wereldoorlog te maken heeft boeit me. Met 11 november in het vooruitzicht ging ik op zoek naar sporen van die oorlog in mijn leesverleden. De Groote Oorlog was dikwijls aanwezig, soms extreem luid en dichtbij en dan weer als een rommelend onweer in de verte. 
Dit is mijn kleine keuze:

















De loopgravenoorlog, van Jacques Tardi. (grafische roman)
Ik vind de zwart-wit huisstijl van Tardi bijzonder goed passen bij het onderwerp. De ruw getekende personages staan elk sentiment in de weg en laten de gruwel in zijn volle impact op je afkomen. De schoonheid van lelijkheid doet mij iets.

Diezelfde Tardi tekende ook de stripversie van Céline's klassieker Reis naar het einde van de nacht. In dit verhaal toont Céline hoe de kleine man altijd overal de dupe van is, op de eerste plaats van een oorlog.
Zware kost, maar in de versie van Tardi best verteerbaar.

1917. Vijf Franse soldaten worden door de krijgsraad wegens muiterij ter dood veroordeeld. Maar zijn ze ook alle vijf dood? Mathilde, de verloofde van Bleuet, de jongste van hen, begint aan een koppige zoektocht naar de waarheid. Het cynisme van de militaire logica staat in schril contrast met de naïeviteit van de hoofdpersonages. Ook ontroerend verfilmd door Jeunet met Audrey Tautou in de hoofdrol.
Un Long Dimanche de Fiançailles, van Sebastien Japrisot.

Een buitenbeentje in de reeks is Driedaagse reis van Joseph Boyden. Twee indiaanse vrienden Elijah en Xavier worden naar de Vlaamse loopgraven gestuurd. Slechts een van hen keert terug, invalide en verward. Hij wordt opgewacht door zijn indiaanse tante en op hun terugreis in een kano door de Canadese wildernis, vertellen ze elkaar verhalen, hij over de oorlog, zij over haar verleden, zijn indiaanse jeugd. De beschrijving van de gruwel is soms ondraaglijk, maar wordt toch in balans gehouden door de verweving met de indiaanse cultuur. Ik vond het een zeer opmerkelijk boek. Een aangrijpend verhaal over oorlog en vriendschap, met een bloedstollende ontknoping.

Mooi vond ik ook de manier waarop de Eerste Wereldoorlog een rol speelt in Dood van een soldaat van Johanna Spaey. In deze misdaadroman gaat het allang niet meer over de traditionele dader. 'De oorlog had overal de rot in gestoken. We waren allemaal iemands slachtoffer geworden. Allemaal iemands moordenaar.' Spannend, een beetje stout en heel direct. Spaey heeft iets met de Eerste Wereldoorlog. Ook in haar later werk Vlucht en De eenzaamheid van het westen speelt de oorlog een hoofdrol.

Ik zou het lijstje nog veel langer kunnen maken: de Regeneration-trilogie van Pat Barker zou hier niet misstaan, evenmin als het legendarische Goodbye to all that van Robert Graves. Ook Grijze zielen van Philippe Claudel kan er wat mij betreft bij.

Maar ik wil eindigen in absolute schoonheid met Niemands Land. Gedichten uit de Groote Oorlog van Tom Lanoye. Deze eigenzinnige selectie en bewerking van 'war poems' is een pareltje geworden, niet in het minst door de fotografie van 
Michiel Hendryckx en de vormgeving en tekeningen van Dooreman.




 

















zondag 31 oktober 2010

Ter wereld gekomen, van Margaret Mazzantini.

Sarajevo is de rode draad in deze roman, en ook de reden dat ik deze roman uitkoos.  Sarajevo, een naam die klinkt als muziek. De stad die geroemd werd om haar multiculturaliteit.  Daar breekt in 1992 de Bosnische oorlog uit. Een burgeroorlog in de achtertuin van Europa op het einde van de twintigste eeuw, je houdt het niet voor mogelijk. Gedurende drie jaren vonden er in Sarajevo gemiddeld 329 bominslagen per dag plaats. De beelden van het bloedbad op de markt zijn op ons collectieve netvlies gebrand. In de naweeën van de burgeroorlog zijn de inwoners van de stad zich vandaag nog steeds pijnlijk bewust van hun etnische oorsprong. Vrede is een broos gegeven. 
Ter wereld gekomen is het verhaal van Gemma. De Italiaanse Gemma komt voor het eerst in Sarajevo tijdens de Olympische winterspelen van 1984. Ze verkent de stad in het gezelschap van de jonge Bosnische gids en dichter Gojko,  en van Diego, een getalenteerd fotograaf uit Genua. Diego wordt haar grote liefde. Uiteindelijk trouwen ze maar Diego is onrustig en kan niet echt aarden in Rome. Als hij terugkeert naar Sarajevo net voor de onlusten, volgt ze hem. De hel barst los en het dagelijkse leven in Sarajevo wordt onhoudbaar. Gemma slaagt erin uit Sarajevo weg te komen, mét een kind maar zonder Diego. De roman begint als Gemma zestien jaar later nog eens terugkeert naar Sarajevo samen met haar puberzoon Pietro. Ze wil er Pietro laten zien wie Diego was, de vader die hij nooit gekend heeft, en zoekt zelf ook antwoorden voor de breuk met Diego. Naarmate je vordert in de roman - en dat gaat best wel traag in het begin - wordt het duidelijk dat vooral Gemma's kinderwens en haar vruchtbaarheidsprobleem het hoofdthema zijn van deze roman. Diego en Gemma gingen ver om hun kinderwens te realiseren, maar de ontdekking die Gemma doet op het einde van de roman overtreft alles. En als de laatste puzzelstukjes op hun plaats vallen, weet je dat je deze dikke turf van net iets meer dan 500 bladzijden niet voor niets gelezen hebt.
Deze samenvatting mag dan al bedrieglijk eenvoudig klinken, de roman is dat niet. Dat hangt samen met de keuze van het vertelperspectief. Het verhaal wordt verteld door Gemma, die soms gekke sprongen maakt in haar leven. De roman springt mee in de tijd op het ritme van Gemma's herinneringen. Het aantal personages blijft dan weer zeer overzichtelijk: haar wereld draait rond Diego, Gojko en Pietro, de drie mannen die haar leven bepalen. En op de achtergrond altijd Sarajevo, dat eigenlijk bijna een medespeler is. Sarajevo in 1984, onbezorgd, naïef en bruisend. Sarajevo in 1994, kapotgeschoten maar niet gebroken. Sarajevo nu, voorzichtig weer op zoek naar een eigen koers.  
Zo maakt deze roman waar wat ik van een roman verwacht: dat je niet alleen in de binnenwereld van de personages kunt kijken, maar tegelijk in de buitenwereld getrokken wordt. 
★★★☆☆
  

donderdag 21 oktober 2010

De terugkeer van de dansleraar van Henning Mankell.

Deze week grijp ik terug naar een boek uit 2005 van de Zweedse misdaadauteur Henning Mankell. Vrijwel iedereen kent  Mankell van de Wallander-reeks.    
In De terugkeer van de dansleraar introduceert Henning Mankell een nieuwe inspecteur, Stefan Lindman. Twee gebeurtenissen overrompelen de 37-jarige politie-inspecteur Stefan Lindman. Zijn arts vertelt hem dat hij kanker heeft en geopereerd moet worden aan zijn tong, en hij leest in de krant dat zijn gepensioneerde ex-collega en mentor Herbert Molin vermoord is. Om zijn zinnen te verzetten in de periode voor zijn ziekenhuisopname reist Lindman af naar het Noord-Zweedse plaatsje waar Molin in zijn afgelegen boerderij brutaal om het leven is gebracht. Op de plaats van de moord worden vreemde bloederige sporen gevonden: het blijken de basispassen van de tango te zijn.
Tango is dus een eerste intrigerende insteek. Mankell weet het verband van tango met de moord tot op het einde spannend te houden. Bovendien zijn Mankells personages geen typetjes. De angst van Stefan Lindman als hij met kanker geconfronteerd wordt, maakt van hem een mens van vlees en bloed. En Mankell zou Mankell niet zijn als zijn roman ook niet een maatschappelijke dimensie had.  De zoektocht naar de moordenaar brengt ook een minder fraai stukje Zweden aan het licht.  
Redenen genoeg dus om aan deze roman met laagjes te beginnen. Vooral veel leesplezier.
★★★★☆

donderdag 14 oktober 2010

De oren van Buster, van Maria Ernestam.

'Ik was zeven toen ik besloot mijn moeder te vermoorden. Maar ik was zeventien toen ik mijn besluit ten uitvoer bracht.'
Zo begint Eva haar dagboek.  In de zomer na haar zesenvijftigste verjaardag schrijft ze koortsachtig haar bewogen leven van zich af. Tien jaar had Eva nodig om zich voor te bereiden op de ultieme daad. Tien lange jaren die donker kleuren door de gestoorde verhouding met haar moeder. De jonge Eva ontwikkelt overlevingsstrategieën en groeit onafwendbaar naar de moord toe. Buster, de kwaadaardige hond van de buren, is haar eerste oefenobject. Ze zal zijn oren bewaren in een zakje onder haar kussen: 'Zijn oren leerden me dat er voor alle problemen een oplossing kan gevonden worden.'
Ondertussen krijg je ook zicht op de volwassen Eva. Ze lijkt haar leven onder controle te hebben, of is dat maar schijn? En wie is die geheimzinnige Schoppenkoning, die steeds meer haar dromen beheerst?
Spannend geschreven, want er is zoveel meer dan de moord. Schrijnend grappig soms. Een boek dat ik zo snel mogelijk uit wilde hebben. 
★★★☆☆


  

donderdag 7 oktober 2010

Een vlucht vooruit

Een vlucht vooruit,  van Åke Edwardson. 

Zeggen dat de Scandinaven goed scoren in de misdaadroman is een open deur intrappen. Henning Mankell, Unni Lindell, Arnaldur Indridason, Karin Fossum, Stieg Larsson: je kan ze 'blind' kopen, ze staan garant voor degelijk geschreven, spannende boeken. Dat geldt ook voor Åke Edwardson. In juni verscheen zijn tiende boek in vertaling, De laatste winter. Met hoofdinspecteur Erik Winter uit Göteborg als hoofdpersonage. En in de traditie van illustere collega's als Håkan Nesser (Van Veeteren), Henning Mankell (Wallander) en de Zweedse grondleggers van de politieromans, Sjöwall & Wahlöö, neemt ook Edwardson na tien delen afscheid van zijn speurder. Misschien had hij dat al iets eerder moeten doen. Want Een vlucht vooruit (nr 8 in de reeks) kon mij niet bekoren.

In een nachtwinkel in een bruine buurt in Göteborg worden drie allochtonen op bloedige wijze vermoord. Niemand heeft iets gezien, niemand heeft iets gehoord. Er zijn wel geruchten, geruchten over kinderprostitutie en trafficking. En er is het sfeerbeeld van een Europees land dat worstelt met zijn houding tegenover immigranten en asielzoekers. Hoe verdraagzaam wil/kan een maatschappij zijn? En is die verdraagzaamheid niet eerder onverschilligheid? Vragen die je maar al te goed herkent. Zweden is niet het enige land dat  stevig naar rechts opgeschoven is. Temidden van die zwaar beladen thema's geeft Edwardson een zeer menselijk beeld van inspecteur Erik Winter, die overeind probeert te blijven, in de zaak en in zijn privé-leven.
Maar er komt geen schot in deze duistere zaak  en de frustratie van de speurder is toch vrij dun als gegeven om de lezer geboeid te houden. Toegegeven, het einde komt toch nog onverwacht, maar voor mij was het kalf toen al verdronken.  

Toch blijf ik benieuwd. Als er iets is dat de Scandinavische grootmeesters gemeen hebben, is het hun maatschappelijke betrokkenheid. Edwardson zelf zegt hierover in een interview: "Ik vind dat schrijvers van misdaadromans een belangrijke rol hebben om menselijkheid en inlevingsvermogen in hun werk te stoppen. Misschien meer nog dan andere schrijvers. Anders wordt het gewoon koud en cynisch vermaak en daar hebben we al meer dan genoeg van."


Ik zal dus  de Scandinavische misdaadroman blijven volgen, ongevoelig voor het misprijzen van  de puur 'literaire' lezer/criticus. En ook Åke Edwardson kan op zijn beide oren slapen. Ik kijk toch al uit naar De laatste winter. Leuke knipoog trouwens, die titel,  naar  het afscheid van zijn hoofdpersonage. 

donderdag 30 september 2010

Een leven in boeken

Een leven in boeken van Fried'l Lesage.



Ik smelt alleen al voor de titel. Een leven in boeken. Had ik zelf willen bedenken, want komt zeer dicht in de buurt van het "altijd een boek"-gevoel dat ik in deze blog wil oproepen.  
Een leven in boeken is een spin-off van het Radio 1 boekenprogramma van Fried'l Lesage. Het boek bevat naast twintig interviews met radiogasten van allerlei slag, ook meer dan 40 boekenlijstjes. De leestips werken heel aanstekelijk. Ze zijn ook zeer gevarieerd. Waar sommige radiogasten vooral teruggrijpen naar de klassiekers, zijn anderen dan weer heel actueel. Zelf koos ik uit het lijstje van Bart Moeyaert Kalme chaos van Sandro Veronesi.  Bij Gaston Durnez vond ik dan weer een boek dat ik al gelezen had, maar dat ik met plezier nog eens zal ter hand nemen: Ik niet. Herinneringen aan een jeugd van Joachim Fest. Het aantal verwijzingen is eindeloos. Je bent met Een leven in boeken dan ook wel zoet voor een tijdje.  
Fried'l noemt het een snuisterboek, een opzoekboek, een leesboek, een koesterboek. Ik zou eraan toevoegen: een geschenkboek. Mooie vormgeving, met een bijzonder fraaie bladwijzer. Een echt hebbeding dus. 

vrijdag 24 september 2010

De historicus

De historicus, van Elisabeth Kostova.
Vertaald door Titia Ram.

Vampierenthriller, las ik op de site van de online boekenshop. Dat stemde mij niet direct optimistisch. Ik word absoluut niet warm van het onderwerp. De hele Stephenie Meyer-hype is dan ook aan mij voorbijgegaan. Maar omdat het boek mij door historici werd aangeprezen (zal iets met de titel te maken hebben, zeker?), heb ik het toch gelezen. 
Kort gezegd gaat het hierover: een jonge vrouw vindt in de werkkamer van haar vader een bevreemdend leeg boek met enkel een drakenafbeelding in. Op haar aandringen vertelt hij haar hoe hij als jonge wetenschapper op zoek ging naar de tombe van Dracula. Tegelijkertijd was hij ook op zoek naar zijn promotor, professor Rossi, die op mysterieuze manier verdwenen was. Die zoektocht van haar vader bracht hem in contact met Helen, de dochter van Rossi. 
Bij elke halte over de hele Balkan tot in Istanboel worden nieuwe puzzelstukjes aangereikt, maar tegelijkertijd wordt de puzzel steeds complexer. Het lijkt alsof Vlad Tepeç, de historische figuur achter Dracula, nooit echt gestorven is en zijn moordend pad voortzet. De lezer wordt overstelpt met historische documenten en brieven waaruit telkens weer nieuwe conclusies getrokken worden. En altijd weer de dreiging van 'de vijand', die slachtoffers maakt in hun onmiddellijke omgeving. Parallel aan deze zoektocht loopt die van de dochter, op zoek naar haar vader Paul, die op zijn beurt  op een vreemde manier verdwijnt ... Ditmaal  passeren vooral West-Europese hoofdsteden de revue. 
Het concept is herkenbaar: neem een historisch gegeven en laat een aantal hedendaagse personen een soort puzzelopdracht vervullen om achter de waarheid te komen, overgiet met een romantisch sausje en creëer een sfeer die hopelijk je lezers meezuigt. Dan Brown gebruikte het met succes in De Da Vinci-code, en ook De schaduw van de wind van Zafon zit op die manier in mekaar. 
Mij heeft het boek niet helemaal overtuigd, maar ik kan wel zien waarom historici er meer in zien: de beschrijvingen van Istanboel en de Balkan, boerendorpjes zowel als de grote hoofdsteden, de Byzantijnse en de Ottomaanse geschiedenis, middeleeuwse kloosterordes, legendes en volksgebruiken,  de verwijzingen naar de historische methode ...  er zit veel research achter deze roman. 
Een 'vampierthriller' is het dus gelukkig niet geworden. Dat liet de titel van deze roman ook al verstaan. Het is ook geen echte historische roman. Maar voor historici en andere liefhebbers van geduldig bronnenonderzoek is dit boek waarschijnlijk een feest. Een feest van meer dan 700 pagina's.







vrijdag 17 september 2010

The House of Special Purpose door John Boyne.
Vertaald als Het Winterpaleis.


De geschiedenis is een schitterend decor, zei Arthur Japin bij de verschijning van zijn eerste roman De zwarte met het witte hart (1997). Een schitterende invalshoek om  het werk van Boyne te benaderen. 
In Het Winterpaleis neemt hij zijn lezers mee naar de wereld van de laatste Romanovs, in Sint-Petersburg begin twintigste eeuw. Bevoorrechte getuige van dienst is Georgy Jachmanev, een eenvoudige boerenjongen, die door een vreemd incident de persoonlijke lijfwacht wordt van Aleksej, de troonopvolger van tsaar Nicolaas II. Het zijn rumoerige tijden voor de Romanovs en Georgy wordt speler in de tragedie die hen te wachten staat. 
Georgy, die nu 80 jaar is en in Londen woont met zijn vrouw Zita, kan niet loskomen van dat verleden en als zijn vrouw  terminaal ziek blijkt te zijn, plannen ze de laatste grote reis van hun leven, terug naar het Rusland van hun jeugd. 
De aanwezigheid van kleurrijke figuren als Raspoetin en prinses Anastasia houden het boek levendig. Ook wie  niet vies is van een vleugje romantiek komt aan zijn trekken, want behalve een historisch tijdsportret is Het Winterpaleis ook een mooi liefdesverhaal.
Misschien niet echt grote literatuur, en een light versie van de geschiedenis, maar wel boeiend. De geschiedenis als decor. 
★★

maandag 23 augustus 2010

That Old Cape Magic, door Richard Russo.
Vertaald als Het inzicht van Griffin.


Als de personages uit de grote Amerikaanse romans (zoals De correcties van Franzen, of Revolutionary Road van Richard Yates) een staalkaart zijn van de Amerikaanse samenleving, dan hoeven alvast psychotherapeuten  zich nog geen zorgen te maken over hun  werkzekerheid. Onveranderlijk worstelen  de mannen en vrouwen uit deze romans met huwelijksproblemen, identiteitscrisissen, midlife- crisissen.  En ze willen allemaal zo hard. The American dream?
Zo ook Griffin in deze schitterende roman van Richard Russo. Afkomstig uit een academisch nest is Griffin nu zelf docent aan een universiteit aan de oostkust. Een status die zijn ouders nooit hebben weten te bemachtigen. Maar tegelijkertijd lijkt hij wel opgesloten in zijn huwelijk met Joy. Op weg naar een huwelijksfeest op Cape Cod raakt hij verward in zijn onvrede met zijn bestaan, zijn huwelijk dat op barsten staat en zijn ziekelijke drang om zich af te zetten tegen zijn ouders en zijn achtergrond. De reis naar de Cape, nog steeds de magische plek waar hij als kind met zijn ouders elk jaar  op vakantie kwam,  werkt als een soort catalysator. 
Jaren later is hij op weg naar het trouwfeest van zijn eigen dochter, inmiddels gescheiden van zijn vrouw, vele inzichten rijker en even zoveel illusies armer. 
'De middelbare leeftijd, begreep hij onderhand, was een periode in je leven waarin alles voorspelbaar was en toch zag je nooit iets aankomen.'
Prachtig zijn de scènes waarin hij rondrijdt met de asurn van zijn vader in de wagenkoffer. Dat hij er ook letterlijk niet in slaagt de asse uit te strooien, is een heel mooi en grappig beeld voor de krampachtige manier waarop Griffin zich probeert los te maken van zijn roots. Hilarisch ook de beschrijving van het incidentrijke trouwfeest van zijn dochter. De afwikkeling had wat mij betreft veel korter gekund. Niet in de ‘oplossing’ van de problemen als wel in de manier waarop Russo zijn personages tekent, zit de charme van deze roman. 
★★★★☆